Predikant

Korte biografie

Ary Braakman werd op 5 oktober 1967 in Rotterdam geboren. Hij is sinds 15 november 2002 getrouwd met Annemarie Jansen, die thans als Universitair Docent werkzaam is aan de Universiteit Twente. Zij hebben drie kinderen, Frédérique (*2004), Florine (*2006) en Boudewijn (*2008).

Hij studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit Leiden (1987 – 1989) en aan de Protestantse Theologische Faculteit in Brussel (1990 – 1994), waar hij zijn studie afrondde met een scriptie over het geweten in de theologie van Dietrich Bonhoeffer. Na een periode als leervicaris aan de hand van ds C.B. Roos in Bilthoven, deed hij in juni 1994 kerkelijk examen in Utrecht.

Op Eerste Advent 1994 werd hij door zijn naaste collega, ds J.A.D. van der Boon, bevestigd tot predikant in de Hervormde Gemeente van Markelo. Hierna was hij van 16 september 2001 tot 25 juni 2006 als predikant verbonden aan de Samen op Weg-gemeente van Reeuwijk. Hij is sinds 9 juli 2006 de 31e predikant van de Protestantse Gemeente van Diepenheim.

Hij is lid van het Bonhoeffer Werkgezelschap Nederland en de Werkgroep Moderne Theologie.

Als belangrijkste inspiratiebronnen noemt hij Dietrich Bonhoeffer, maar ook bij voorbeeld Wolfhart Panneberg en Friedrich-Wilhelm Marquardt. Zijn aandacht gaat uit naar het veld van de systematische theologie (dogmatiek en ethiek) en de liturgie. Buiten zijn gezin en de kerk spelen muziek luisteren, lezen en aandacht voor maatschappelijke en politieke ontwikkelingen een belangrijke rol.

Hij is bezig met een boek over de taal van de religie.

Enkele vragen aan de predikant

Welke rol speelt de kerk in de Diepenheimse gemeenschap?

Voor mijzelf als predikant en voorganger is de Protestantse Gemeente van Diepenheim de plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten door middel van gesprekken en het uitwisselen van ervaringen omtrent zingeving. Dat kan op meer plaatsen, ongetwijfeld, maar in de Johanneskerk komen iedere zondag – en soms vaker – mensen bij elkaar die iets willen delen van wat Heine Siebrand heeft omschreven als: religie die “de verhouding is tot een geheim”.

Het duidelijkst krijgen deze ontmoetingen gestalte in de liturgie van de zondagse eredienst. Deze is bewust simpel en herkenbaar gehouden. Voor mijn part zeg je: betrekkelijk traditioneel. De taal van de preek, de gebeden en de gekozen liederen (die naar mijn mening verband met elkaar dienen te houden) gaat daarentegen een dialoog aan met de vragen, twijfels en de zekerheden van mensen, hun emoties tegen de achtergrond van de vragen van deze tijd. Dat impliceert niet altijd pasklare antwoorden, maar het welbewust serieus nemen van vragen en ‘alternatieve opvattingen’.

Naast de zondagse dienst zijn er in de week andere ontmoetingsmomenten, zoals een gespreksgroep en de ontmoetingen in het pastoraat. In dat laatste komt het “omzien naar elkaar tot uitdrukking”, wat de samenbindende kracht van deze geloofsgemeenschap is.

Ook het geregeld koffiedrinken na de dienst versterkt het gevoel van saamhorigheid.

De kerk heeft – als gemeenschap én als gebouw – verder een belangrijke taak bij de knooppunten in een mensenleven: doop, huwelijk en rouw. Hier ontmoeten mensen elkaar óók en raken ze aan het evangelie. Dat kan troost geven en richting wijzen.

Kan iedereen dat ‘meemaken’?

De deuren van de Johanneskerk staan voor iedereen open. De gemeente is hartelijk en gastvrij. Maar de drempel is dikwijls behoorlijk hoog geworden voor hen die de taal niet (meer) spreken en de rituelen niet kennen of afstand daarvan hebben genomen. Ze zullen niet zo makkelijk zomaar eens langskomen om te luisteren en te participeren. Dat betekent dat de kerkdiensten voornamelijk worden bezocht door een vaste groep die zich daar thuisvoelt.

Natuurlijk, er is ruimte voor dialoog over religie en zingeving, in die zin dat we aanvaarden dat er in deze tijd niet één waarheid of werkelijkheid bestaat en ook niet één moraal of gezagskader met absolute geldigheid. Het is buitengewoon belangrijk om verschillende inzichten met elkaar te delen. Daar moet ook ruimte voor zijn. Anderzijds is het natuurlijk wel zo dat in de kerkdienst de dingen nu eenmaal op een bepaalde manier gebeuren. We hebben ‘codes’ en voor de aanwezigen zijn die codes van belang. De verhalen van Torah en Evangelie blijven voor velen een heel belangrijk identificatiepunt voor de manier waarop zij hun leven en samenleven vorm en inhoud willen geven. Er zit ongetwijfeld een zekere rek in veel van die codes en symbolen, maar er zijn grenzen aan de rekbaarheid. Dat moet je wel accepteren en leren begrijpen als je hier komt en wilt deelnemen.

Moet de kerk met haar tijd meegaan?

Ja en nee. De wereld anno 2009 is toch wel anders dan die uit de bijbelse verhalen naar voren komt. Wij stellen dikwijls andere vragen en andere eisen aan het dagelijks leven dan de mensen in de tijd van Jezus. Dat moet je serieus nemen. Maar tegelijkertijd is veel ook hetzelfde gebleven. Wat mensen drijft, maar ook hun emoties, zoals verdriet, vreugde en dankbaarheid, dat is vandaag toch nog steeds van belang bij het zoeken naar wie zij zijn en bij het opbouwen van de samenleving? Bijbelverhalen willen met die emoties en drijfveren in gesprek gaan. Ze doen dat in een ‘taalveld’ (ik weet geen beter woord) en een begrippenkader dat ‘gedateerd’ is. Het hertalen hiervan is misschien wel de belangrijkste taak van de voorganger. De kerk heeft dus steeds meer uit te leggen, omdat steeds minder bekend of vanzelfsprekend is. Dat kost tijd en die tijd wil niet iedereen de kerk geven. Maar als zou blijken dat er dingen zijn in de gewoontes van de kerk die belemmerend kunnen gaan werken voor de geloofsbeleving van mensen en het gesprek daarover, dan moeten we niet bang zijn om die dingen los te laten. Misschien komt er iets nieuws voor in de plaats. Misschien ook niet.

Doel je dan op vormen of op dogma’s?

Neem de lijfelijke opstanding van Christus, het verhaal van Pasen – het hart van ons geloof. Dat kan mijns inziens alleen betekenis hebben en houden wanneer we beseffen dat het gaat om een manier van zeggen. Het is ‘bij wijze van spreken’. Er wil gezegd zijn: geloof, specifiek: het geloof in Jezus Christus, kan zo krachtig zijn dat zelfs de dood – de meest definitieve van alle vijanden van het leven – kan worden overwonnen. Of Hij is opgestaan is niet het belangrijkste – of wij het kunnen, iedere dag opnieuw, opstaan om opnieuw te beginnen – dáár gaat het om. Of, om het met Bultmann te zeggen: de gebeurtenis die wij ‘opstanding’ noemen, heeft niets te maken met de opstanding van een lichaam.

Wat is je persoonlijke motivatie in je werk?

Twee dingen. Heel persoonlijk geloof ik dat God de dragende kracht vormt onder mijn bestaan. Ik kan dat niet duidelijker benoemen. Een stil centrum dat mijn leven richting en houvast geeft. Het is niet nodig dat ik de aard van dat centrum precies kan benoemen, maar ik merk wel dat ik er moed en vertrouwen uit put. De bevestiging dat ik er zijn mag, als mens, met mijn fouten en gebreken en dat ik waardevol ben zoals ik ben. In deze zin lijkt mijn beeld van God sterk op dat van een partner, die je datzelfde vertrouwen mag geven.
Beide, mijn partner en mijn gezin én mijn geloof in deze God, heb ik nodig om mezelf te kunnen zijn.

Het tweede is dat ik het essentieel vindt dat de kerk eerlijk communiceert over waar het in de relatie met God daadwerkelijk om gaat. Daar bedoel ik mee dat we geen vrome onzin en beloften ‘verkopen’ Als we tot de onthutsende ontdekking zouden komen, dat God minder met ons bestaan te maken heeft dan we dachten, dan zij dat zo en moeten we de moed hebben om dat te zeggen. De tijd is goddank voorbij dat de kerk overal een antwoord op meende te hebben, of geacht werd te hebben.

De kerk moet mensen helpen te zoeken – het is voortdurend tasten en zoeken – naar wat echt van belang is om in deze tijd een rijker en rijper (mede-)mens te kunnen worden. Menswording, daar gaat het om!

Voor mij is bij voorbeeld dat de notie dat God vergeving is. Hij opent de ruimte opdat mensen opnieuw kunnen beginnen. Ik hecht erg aan een gedeelte uit een Kyrië van Sytze de Vries, dat als vast responsorie na het Kyriegebed in onze liturgie is opgenomen: “Ontferm U Heer, naar de maat van uw liefde, ontferm U toch met de ruimte van uw hart”.

Wie anders dan God schenkt het vertrouwen dat mensen zonder schuld kunnen leven als ze het aandurven om naar hem op zoek te gaan? In mijn werk op de kansel, als ‘vertaler’ van de bijbel in de kerkdienst, en als mee loper met de levensverhalen van mensen, probeer ik medegelovigen te helpen zoeken (en zij mij) naar de sporen en signalen dat God liefde is.