Het NBG kocht bijbels in bij de grote bijbeldrukkers die zich voor het uitgeven van de Bijbel hadden verenigd in de Bijbelcompagnie en plaatste er drukopdrachten. Bijbels werden gratis verspreid onder degenen die ze niet konden betalen. In 1847 besloot het NBG in om ook zelf bijbels uit te geven. Men liet drukkers inschrijven en zo kwamen er goedkopere uitgaven. Men verspreidde niet alleen via de afdelingen, maar ook via bijbelcolportageverenigingen. In 1890 stelde het NBG zelf twee colporteurs aan speciaal voor verspreiding op het platteland. Daar waren bijbels immers lastig te krijgen. Zij bezochten afgelegen boerderijen met een handkar waarop bijbels waren uitgestald. Na de handkar volgde paard en wagen en na de oorlog deed de vrachtauto zijn intrede. Met het ?Rijdend Bijbelhuis? verspreidde het NBG decennialang bijbels. In 2002 werd deze vorm van colportage beëindigd. Sindsdien is men echt aangewezen op de boekhandel. Binnen de afdelingen van het NBG wordt het werk gedaan door vrijwilligers, tegenwoordig ruim 2500. Zij spannen zich in om de missie van het bijbelgenootschap op diverse manieren bekendheid te geven. Zij verrichten talloze acties op het gebied van presentatie, publiciteit en ledenwerving
Indonesië
Vrij spoedig na de oprichting richtte men de blik op de verspreiding van bijbels in Indië. Allereerst liet het NBG de Maleise vertaling van M. Leijdecker herdrukken, die in de 18de eeuw gemaakt was. Daarna vestigde men de aandacht op het vertalen van de Bijbel in het Javaans en later in de andere Indonesische talen. Vanaf 1823 werden hiervoor in Nederland taalkundigen opgeleid. De eerste was J.F.C. Gericke, die in 1826 naar Java werd afgevaardigd. Zijn vertaling van de gehele bijbel in het Javaans is uiteindelijk in 1854 verschenen. Later werden verschillende taalkundigen naar de diverse landstreken uitgezonden, onder wie bekende figuren als Matthes, Neubronner van der Tuuk, Adriani en Kraemer. Als resultaat van het werk van deze taalkundigen verschenen naast bijbelvertalingen ook woordenboeken, grammatica?s en taalkundige beschouwingen. Na de oorlog ging het vertaalwerk voor het buitenland over in handen van de Wereldbond van Bijbelgenootschappen (UBS), die in 1946 was opgericht. Vertalingen worden nu door de inwoners zelf gemaakt, waarbij UBS-medewerkers optreden als adviseurs.